Zeekanovissen

20 maart, 2011

Reviews en besprekingen

Zeekano lang en slank

Zeekano lang en slank

2010 was voor mij het eerste jaar dat ik als kanovisser vanuit een sit-on-top heb gevist, maar de voorgaande 25 jaar was dat altijd vanuit een zeekano;  dat is een  sit-in kano, speciaal gebouwd voor gebruik op zee.  Vanuit zo’n zeekano is prima te vissen, anders had ik het niet zolang volgehouden.

Ik moet toegeven dat sit-on-top kano’s  in de meeste gevallen  beter geschikt zijn om vanuit te vissen, maar het blijven over het algemeen vrij lompe bakken vergeleken met de veelal ranke zeekano’s.  En er zijn omstandigheden waarin je met een zeekano beter af bent dan met een SOT. Zeker op zee met ruig weer is een zeekano een veel zeewaardiger vaartuig dan een sit-on-top.

Vissende kanoërs of kanoënde vissers

Een zeekano heeft een kuip die afgedekt wordt met een spatzeil waardoor het onderdeks  warm en droog blijft en dat is vooral in het koude seizoen veel comfortabeler dan een sit-on-top. Bovendien zijn zeekano’s gebouwd om in een ruwe zee te kunnen varen en dan ook nog behoorlijk snel te zijn. Die snelheid zit ‘em in de vorm van de romp, de lengte en de breedte. Bijna alle zeekano’s zijn ruim  vijf meter lang en tussen de 50 tot 60 cm breed. Met name die geringe breedte valt op: bijna alle  sit-on-tops zijn vanwege de nodige stabiliteit breder dan 70 cm. Een zeekanoër haalt stabiliteit vooral uit snelheid (vergelijk het met fietsen) en uit het leunen op het peddelblad dat in het water steekt. Door je onderdeks  met je knieën schrap te zetten kun je met je  peddel goed leunen in brekende golven of zelfs eskimoteren.  Dat moet je wel leren en dat onderscheidt zeekanoërs van kanovissers:  de kanovissers die ik ken zijn vooral sportvissers die hun hobby vanuit een kano beoefenen omdat dat veel mogelijkheden biedt om makkelijk op anders onbereikbare stekken te komen. Het zijn dus kanoënde vissers.  Het  aantal vissende (zee)kanoërs is niet groot, maar de discipline van het zeekanoën  op zich,  is goed ontwikkeld.

Waar de kanovisserij in Nederland pas de laatste vijf  jaren serieuze vormen aanneemt  – de eerste 20 jaar van mijn kanovisserij ben ik bijna nooit een andere kanovisser tegengekomen – , is de zeekanosport al decennia een kleine maar goed ontwikkelde poot van de kanosport. De sport  kent nationaal en internationaal opleidingstrajecten waarbij veiligheid steeds top priority is. Dat betekent veel aandacht voor reddingstechnieken, tochtplanning en navigatie. In feite moet je als zeekanoër net zoveel weten als de zeiler op een zeegaand jacht. En dat is meer bagage dan de gemiddelde kanovisser nodig heeft, want het kanovissen gebeurt meestal met rustig weer en op groot water meestal relatief dichtbij de kant. Met zeekano’s wordt tot 6 Bft en makkelijk kilometers van de kust  gevaren.

Viswater en -uitrusting

Met de zeekano heb ik op heel wat wateren gevist. Op het Veerse meer toen daar nog forel zat, op de  Oosterschelde, Noordzee en Wadden op zeebaars en makreel,  in de archipel onder het Deense Funen op gul, geep en zeeforel en langs de Zweedse scherenkust  aan de Oostzee op baars en snoek.

Wat de techniek betreft heb  ik vissend vanuit een zeekano een favoriete manier:  pluggen slepen. Pluggen die je hengeltop lekker laten tikken, zodat je kunt zien en voelen dat ze lekker lopen en geen vuil gevangen hebben. Daarom geen lepels,  ook geen softbaits, maar alleen pluggen. Als ik het alleen tot de Rapala’s beperk: van  kleine Originals voor de zeeforel en geep, via Slivers en Magnums voor de zeebaars tot Super Shad Raps voor de snoek.

Korte hengels met korte handvaten

Korte hengels met korte handvaten

Omdat ik vanuit de zeekano vooral slepend  en nauwelijks werpend vis, kan ik het af met heel korte hengels. Dat is met het transport tijdens lange kanotrektochten ook makkelijk. Omdat  wat ik zocht niet op de markt verkrijgbaar was, heb ik zelf drie hengels voor het zeekanovissen gebouwd. Voor licht tot flink zwaar kunstaas, in lengte variërend van 1.20 tot 1.40 meter en alle drie van glasvezel blanks, want dat is taaier en minder kwetsbaar dan carbon. Zeker voor hengels die op zo’n korte lengte toch hoepelrond moeten kunnen buigen is glasvezel het beste materiaal. Als je dan ook nog gebruik maakt van niet al te steil getaperde blanks , dan levert dat relatief zachte hengels op en dat drilt prettig. Het

aanslaan met zachte hengels is minder ideaal, maar omdat ik sleep met de hengeltop richting het kunstaas, komt een aanbeet bij mij rechtstreeks op de molen, zonder  de hengel te buigen. De foto’s verduidelijken wat ik bedoel.

Omdat bij een aanbeet de hengel dus niets dempt, moet de slip  van de molen goed zijn en direct starten. Dan kom je makkelijk  in het duurdere segment. Aan de andere kant krijgen de molens bij mijn zeekanovisserij nogal eens een plens zoutwater te verwerken en daar kunnen molens slecht tegen en dan is het zonde als je met dure molens vist.

Ik ben na het uitproberen van verschillende merken en types uitgekomen bij een goedkoop maar prima molentje: de Alivio van Shimano. Kosten in de versies 1000 en 2500 maar een paar tientjes en hebben echt een prima slip. Welliswaar hebben ze maar een kogellager en daardoor niet een super smeuïge loop, maar omdat toch vooral gesleept wordt, maakt dat niets uit. En als door al dat zoute water na een paar jaar intensief gebruik het binnenwerk vastloopt, dan koop je lachend een nieuwe.

Op de lijnen zet ik stuitjes waardoor ik kan zien hoeveel lijn ik uit moet varen voordat de beugel dicht gaat.  Van een stuitje op maximaal 10 meter voor het snoekvissen tot eentje op zeker 30 meter voor de ‘spooky’ zeeforel.

Aan dek

Hengels op dek dicht bij de hand

De hengels dicht bij de hand.

Aan mijn zeekajak heb ik een paar zaken veranderd om het kanovissen mogelijk te maken. Onder de elastieken ver op het voordek zitten twee stukken slang waar ik de hengeltoppen doorheen kan doen. Dwars over het voordek ligt een band die met klitteband vastzit aan de grijplijnen die  langs het voordek lopen. Op die band zitten ook weer stukken band met klitteband waaronder ik het onderste gedeelte van  de hengel kan vastleggen. Zo liggen de hengels mooi op de pak.

Als ik ga vissen, pak ik een van de hengels en zeker die met een borglijn. Er gaat een plug aan, ik zet de beugel open en peddel  door totdat het stuitje van de molen is gelopen. Vervolgens gaat de beugel dicht en varen maar! Af en toe pak ik de hengel even op om te voelen of de plug nog geen vuil gevangen heeft. Vroeg of laat schrik je je een hoedje omdat in één keer de slip gaat gieren. Dan leg je de peddel – natuurlijk ook aan een borglijn – naast je in het water en drilt de vis. Dat kan je alleen veilig doen met de nodige kano-ervaring, want als je het niet gewend bent, is zo’n zeekano zonder een peddel in je handen te hebben, maar een wiebelig bootje.

Als ik toch eens met een wat langere hengel  vis, gebruik ik een steun (dik ijzerdraad in een stuk tuinslang) op het achterdek om te voorkomen dat de hengeltop door het water sleept.

Met steuntje voor de top

Met steuntje voor de top

Liever niet ankeren

Ik heb met een zeekano regelmatig  geankerd gevist, ook op stromend water, maar dat is wel een kwestie van heel goed opletten. Dan gebruikte ik een demontabele anchor trolley, zodat de ankerlijn vlakbij de achterpunt het water ingaat zodat de kano niet gaat slingeren. Maar je hoeft in een felle stroom  maar een kleine fout te maken en je  ligt omver. Ik vond het nooit echt relaxed vissen. Met mijn bredere en daardoor stabielere  sit-on-top kano, anker ik met veel meer gemoedsrust,  al blijft het met een kano op stromend water altijd uitkijken. Met mijn zeekano doe ik het niet meer.

Trektochten

Een beetje zeekano is uitgerust met kompas, pomp en twee of drie waterdichte compartimenten. Die compartimenten zorgen er niet alleen voor dat een zeekano onzinkbaar is, je kunt er ook heel veel spullen in kwijt. In een gemiddelde zeekano past altijd een complete kampeeruitrusting en eten voor een paar weken. Kun je mooi op trektocht gaan en de beschaving  ver achter je laten. Als je dan  ver van de bewoonde wereld bent, dan is een zelf gevangen vis voor het avondeten toch heel wat lekkerder dan de zoveelste vriesdroogmaaltijd. Daarom gaat er op mijn zeekanotrektochten altijd een hengeltje mee.


Over de Auteur:
Peter Woudstra een kayakvisser op het kayakvisserforum die al jaren vist van uit een zeekano en sinds 2010 van uit een sit-on-top.


Gerelateerde berichten:

  • Geen Gerelateerde berichten
,

About Auke Jongbloed

Ik ben Auke Jongbloed, getrouwd met Paulien en ik heb een zoon Kas. Ik ben van beroep Internet man en zoals al wel bekend is is vissen mijn hobby. Vissen doe ik voornamelijk met een vlieghengel en dan vrijwel alleen op mijn favoriete vis, snoek. Komend jaar wil ik ook meer vis belagen en dan denk ik aan Karper en Zeebaars. Vissen doe ik zowel van af de kant als van uit de kayak en bellyboat.

View all posts by Auke Jongbloed

Reacties op dit artikel kunnen worden gegeven op het kayakvisserforum

Kayakvisser is Stephen Fry proof thanks to caching by WP Super Cache